Vreugdehof

Het is niet handig, zeker niet tijdens het eten, om te kijken naar programma’s over de zorg. Ik zap er meestal snel langs, maar vanavond bleef ik hangen, al weet ik niet goed waarom. Ik zapte weg, zapte weer terug en zat, voordat ik er erg in had, aan de buis gekluisterd.
Het was zeker niet de kont vol poep die de zuster moest afvegen bij een oude man die alleen maar tegen haar schreeuwde.
Nee, het was Bert.
Bert had Alzheimer.
En kon niets meer.
De zuster takelde hem vanuit de rolstoel in bed. Hij was te zwaar om door wie dan ook getild te kunnen worden. Met grote krachtsinspanning legde ze hem recht. Hoofd op het kussen, de benen recht vooruit.
Om zijn kont een grote pamper.
Maar die blik in zijn ogen. Leeg, apathisch, niet van deze wereld.
Zijn vrouw Betty kwam elke dag langs om voor hem zorgen. En een beetje van de liefde en aandacht voor Bert stond ze af aan de andere bewoners van het verpleeghuis. Sommige gedroegen zich als kinderen, anderen konden alleen maar, net als Bert, apathisch voor zich uit staren.
Betty vertelde dat ze met heel haar hart hoopte dat ze Bert zou overleven. Want zonder haar was er niemand die hem aandacht en liefde gaf. En dat had een Alzheimerpatiënt hard nodig.
“We geven het niet op,” zei ze terwijl ze in de hand van Bert kneep.
“Nee,” zei Bert, “we geven het nog lang niet op.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *