Buikje

Tijdens de pauze op de middelbare school slenterde ik altijd met een groepje meiden over straat. Natuurlijk roddelden we over de andere meiden in onze klas en lieten het onderwerp jongens veelvuldig de revue passeren. In de kleedruimte voor gymles zagen we elkaars lichamen veranderen, maar we praatten er nauwelijks over. Verder dan de opmerking ‘jeetje, draag jij al een bh?’ kwamen we niet. Maar tijdens dat geslenter in de pauze bespraken we wel hoe we eruit zouden zien op ons achttiende. “Op je achttiende krijg je een buikje. Een vrouwelijk buikje,” wist een klasgenoot te vertellen. Vrouwelijk. Dat klonk bij ieder van ons als muziek in de oren. We keken er naar uit om ons platte geval om te zien vormen tot iets vrouwelijks. Een buikje stond opeens voor volwassen zijn. Voor zelfstandigheid en je eigen leven leiden. Niet dat we deze gedachten uitspraken. We mompelden ‘oh’ en ‘ja?’ en liepen verzonken in gedachten verder.
Vier jaar lang verheugde ik me op mijn buikje. En reken maar dat mijn platte geval verdween en de rondingen kwamen toen ik achttien werd. Het gekke was alleen dat ik er op dat moment helemaal niet blij mee was. Opeens was dat buikje een obstakel, iets wat voor de buitenwereld verborgen moest worden gehouden. Slank zijn was het ideaal en daar hoorden geen rondingen bij. Daar hadden we op ons veertiende niet bij stilgestaan. Er zat maar één ding op: dat ronde geval zo snel mogelijk plat krijgen. Ik probeerde het met boekjes als ‘in veertien dagen een platte buik’, maar natuurlijk hielp het niets. Mijn rondingen bleven.
Mijn buikje groeide pas hard toen ik de leeftijd bereikte dat alles wat ik naar binnen werkte niet meer snel verteerde en zich ophoopte. Niet alleen op mijn buikje, maar ook op de rest van mijn lichaam. Ik groeide, had er een jaar later genoeg van en begon met afvallen. Het afvallen ging snel en ik wurmde me weer in mijn oude kleren, die elke keer beter en beter pasten. Het buikje bleef echter zitten waar het zat. Het viel niet alleen mij op, maar ook anderen. Dat resulteerde in de volgende opmerking:
“Je had me nog niet verteld dat je zwanger bent! Wat leuk voor je!”
Laat ik u een advies geven. Zeg. Dat. Nooit. Zomaar. Wees eerst zeker van uw zaak.
Ik heb al een scenario klaarliggen voor als er nog ‘es iemand zo’n opmerking durft te maken. “Dank je wel, ja, ik ben al zes maanden, nee, dat zie je er niet aan af hè.” Dat zal ze leren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *