Verdriet

Hij lag op zijn zij en leunde met zijn hoofd op zijn elleboog. Hij keek naar de fontein die water uit de vijver omhoog spoot. Af en toe voelde hij hoe een windvlaag de waterdruppels meenam en ze pesterig in zijn gezicht blies. Afvegen had geen zin. Zijn gezicht was toch al vochtig door de tranen die over zijn wang rolden.
Het mooie weer en de uitbundig lachende mensen konden hem niet vrolijk stemmen. Het vrijende stelletje naast hem irriteerde hem zelfs. Hij wilde niet naar ze kijken, maar liet zo nu en dan zijn blik, soms zonder dat hij er erg in had, op de twee rusten. Dan zag hij hoe een gebruinde mannelijke hand door het blonde lange haar van het meisje dwaalde. Hoe hun lippen elkaar vonden. Hoe ze na elke kus hun ogen openden en elkaar liefdevol aankeken. Dan wendde hij zijn hoofd af. Omdat het pijn deed.
Hij kende het spel der liefde maar al te goed. Hij had het vaak gespeeld. De vlinders, de passie en de chemie hadden rijkelijk door zijn aderen gevloeid. Hij verlangde naar dat gevoel. Zeker nu er niets meer restte dan een holle leegte in zijn maag.
Haar woorden galmden nog na in zijn gedachten. Hij had haar diep gekwetst, zei ze. Zo diep dat ze hem voorlopig niet meer wilde zien of spreken. Hij wist dat hij sommige dingen niet subtiel had aangepakt. Daar mocht ze boos over zijn, vond hij. Maar hij had niet verwacht dat het gevoel aan haar zou blijven knagen. Ze kon het niet vergeten. Uiteindelijk besloot ze om uit zijn leven te stappen.
Enerzijds begreep hij haar. Anderzijds niet. Want hij miste haar. Niemand kon de leegte die ze had achtergelaten opvullen. Alleen tijd, die in dit soort gevallen nooit haast had, kon het gevoel laten slijten.
Hij rolde op zijn rug, vouwde zijn handen achter zijn hoofd en sloot zijn ogen. Hij hoorde het ruisen van de bomen en het gekwaak van de eenden in de vijver. Het stelletje naast hem leek in slaap te zijn gevallen. Hij zuchtte diep. Hij wilde niets liever dan naast haar in slaap vallen. Nu zij er niet meer was probeerde hij dag en nacht de slaap te vatten. Om weg te vluchten voor zijn verdriet. Maar de pijn van gemis hield hem genadeloos wakker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *