Geloof

In de trein naar Friesland was het rustig. De zon scheen op m’n gezicht en Scooszi lag te slapen in zijn mandje. We waren Friesland net binnengereden toen de trein stopte bij een station. Een jongen stapte in en ging in de vierzits voor me zitten. Een meisje dat ook net was ingestapt liep achter hem. Toen hij ging zitten begroette ze hem verlegen. Het meisje droeg een hoofddoek en giechelde vaak. “Ik ken jou toch?” vroeg ze de jongen. De jongen praatte zacht zodat ik hem amper kon verstaan, maar het meisje herhaalde vaak wat hij zei zodat ik het gesprek toch kon volgen. “Uh, nee?” zei de jongen. “Ben jij laatst bij ons thuis geweest?” probeerde het meisje weer en ging tegenover hem zitten. Maar zij kon beter Nederlands praten dan de jongen. Hij begreep haar niet. “Jij was bij Hassan, hij is mijn broer. Jij was bij ons thuis een keertje,” zei ze met grote verwachtingsvolle ogen. “Ah, ja.” Het kwartje viel.
“Ik ga naar school zometeen. Ik was al bijna te laat voor de trein, ik moest rennen joh! En waar ga jij naar toe?” ratelde ze. “Ik ga naar de moskee om te bidden,” vertelde de jongen. Dat klonk gek in mijn oren. Ik kom al jaren in Leeuwarden en heb nooit een moskee gezien. En nu ging hij ergens in Leeuwarden bidden. “Oh, oke. Ga je bidden voor Jezus?” vroeg ze. “Nee, ik geloof niet zoals andere moslims. Ik geloof dat Jezus dood is en niet terug zal keren op aarde.” Dat klonk als een dolksteek voor het meisje, dat ook moslim was. “WAT? Geloof jij dat Jezus dood is?” gilde ze door de trein. Alle hoofdjes in de wagon keken even haar kant op. “Maar waarom? Jezus is niet dood. Hij komt terug op aarde!” zei ze. “Alle profeten zijn dood. En er komt niemand meer als profeet terug op aarde. Jezus niet, maar ook Mohammed niet,” vertelde hij in veel meer woorden dan ik hier opschrijf. Zijn stem was zo zacht dat ik zijn argumenten niet goed kon verstaan. “Dan ben jij geen echte moslim!” riep het meisje uit. “Als jij de Koran hebt gelezen dan weet je dat Jezus terug komt in de wereld.” Ze werd onderbroken door de jongen, die met zijn zachte stem haar op een even felle manier probeerde te overtuigen. “Mag ik mijn zin even afmaken?” vroeg ze.
“Nee,” zei de jongen en ging verder met zijn betoog. Toen hij uitgesproken was ging het meisje verder. “Jij hebt het verkeerde basisdenken! Jij gelooft niet in de Koran. En wie niet in de Koran gelooft is geen moslim. Jij bent geen moslim!” Dit herhaalde ze tig keer zodat alle hoofdjes in de trein nogmaals haar kant opkeken. “Dat is niet waar, het staat niet in de Koran dat Jezus terug komt, tenminste, niet letterlijk,” probeerde de jongen, “ik interpreteer de Koran op mijn eigen manier en voor mij betekent dat dat Jezus dood is.” “Ik heb de Koran gelezen en het staat er wél in. Nou, ik ben nog nooit iemand tegengekomen die zo denkt. Jij hebt echt het verkeerde basisdenken. Jij bent echt geen moslim hoor!” zei ze overtuigend. Ze discussieerden door zonder nieuwe argumenten toe te voegen.
Toen we in Leeuwarden aankwamen stonden ze allebei op en liepen naar buiten. Ik kon de ongeloof van het gezicht van het meisje aflezen. Buiten liep ik ze voorbij en hoorde het meisje nog zeggen: “Nou, je bent echt de eerste die ik tegenkom die er zo over denkt.” Ze kon het maar niet geloven. In gedachten kon ik me al helemaal voorstellen dat het meisje dit verhaal tegen iedere moslim zou vertellen en vurig zou hopen dat ze nooit meer zo’n rare kwast tegen zou komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *