Porgy & Bess

Toen ik een paar maanden geleden hoorde dat de musicalklassieker Porgy & Bess in Nederland zou komen, was ik er als de kippen bij om een kaartje te bemachtigen. Ik zat daarom gister triomfantelijk op één van de beste plaatsen van de tweede rang in Theater Carré te genieten van een kreupele Porgy, een ontwapende Bess en een imposant decor .
Sinds ik het kaartje had gekocht had ik er naar uit gekeken, want een uitvoering van Porgy & Bess is op zijn minst bijzonder te noemen. De musical werd namelijk gespeeld door een zwarte Amerikaanse cast, waar de meeste Nederlandse musicalsterren nog een puntje aan kunnen zuigen.
De erfgenamen van de schrijvers van de musical, de broers George (muziek) en Ira Gershwin (tekst), zien er op toe dat Porgy & Bess alleen door de allerbesten in operaland wordt uitgevoerd. Hier gaan vele audities aan vooraf, dus degenen die de hoofdrollen vervullen zijn de topsterren van dat moment. Vanwege de hoge eisen aan acteurs, decor en kleding wordt de productie zelden opgevoerd, want dat kost een behoorlijke duit.
Ook bijzonder is dat de musical wordt uitgevoerd zoals The Gershwins het hadden bedoeld: als een opera. Dat klinkt een beetje gek. De zeer bekende jazzstandard Summertime werd opeens door een sopraan gezongen. Maar ze bezorgde me kippenvel en tranen in de ogen.
Ik had verwacht dat er van de jazztiming niets terug was te horen. Maar de swing klonk duidelijk door in de nummers. En ook in de gospel en de blues die op een operamanier werden gezongen was duidelijk de originele feel te horen.
Ik had van te voren het verhaal niet gelezen. Dat doe ik nooit voor aanvang van een voorstelling. Maar ik kon nauwelijks verstaan wat de cast zong. De aktes verliepen echter zeer traag, zodat ik tijd genoeg kreeg om te zien waar het over ging. Het liefst wilde ik een programmaboekje kopen zodat ik het verhaal op papier had en achteraf kon nalezen, maar tegenwoordig kost zo’n boekje al 12 euro! Belachelijk duur. Maar toen ik aan het eind met een onbevredigend gevoel achterbleef heb ik toch maar een boekje gekocht. Ik moest weten waarom de musical zo abrupt aan zijn einde kwam. Het boekje verschafte me inderdaad meer duidelijkheid: het grootste deel van de slotscène werd namelijk in 1935 al geschrapt omdat geen enkele acteur bij machte was om de voorstelling acht keer per week helemaal uit te zingen.
Af en toe moest ik lachen om de overacting. Bij een gevecht tussen twee mannen was duidelijk te zien dat de ene man zichzelf op zijn hand sloeg, en dan moest het lijken alsof hij het gezicht van de andere man sloeg. Maar het hoort er allemaal bij, en het is een mooi ingrediënt voor een ouderwets schouwspel.
Al met al was het een geweldige sensatie. Een kaartje is erg duur, maar de musical is zijn prijs waard. Nog t/m 27 juli in Theater Carré.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *