Grietje (Hoe je versteld k…): Dan heb je ook geen tijd meer voor bloggen. Knap hoor dat je dit kunt opbrengen, natuurlijk je voelt … Borg (Hoe je versteld k…): Leuk dat je weer een blog geschreven hebt! En knap dat het je lukt je zo strikt aan het dieet te houd… Theo (Hoe je versteld k…): Wat goed voelt, is goed. Heel knap dat je je zo gedisciplineerd aan je nieuwe eetpatroon kunt houden.… Mieke (Hoe je versteld k…): Heerlijk om zo bewust met eten versus je lijf bezig te zijn. Goed van je!! Je zult merken dat je je f… Irene (Hoe je versteld k…): Ha, fijn dat je schrijft. Zeg, heb je je ooit ook verdiept in 'Ayurveda?' Eerdaags komt er een site l… Theo (Slaap kindje slaa…): Wat gaat de tijd toch snel en wat is dan mannetje van jou gegroeid zeg. Leuk om te lezen dat je nog s…
Hij had me één hint gegeven: ‘haar’.
Ik was jarig, ik had het cadeau dat ik graag wilde gekregen, maar lief vond dat niet genoeg. En dus gaf hij mij een verrassingsuitje.
Haar. Kapper? Haar. Naar de sauna? Haar. Geen idee!
Ik googelde niet en zeurde nauwelijks aan zijn hoofd. Ik zou wel zien.
Maar de dag voor het uitje besloot ik toch internet te checken op ’25 maart haar’.
Het was hit nummer 5: Kasteel de Haar.
En ik als fanaat van stijlkamers/kostuumdrama’s/oude prachtige gebouwen wist dat dit ‘t móest zijn. Hier werd ik namelijk blij van!
Lief hield zijn lippen nog steeds stijf op elkaar, maar ik wist wel beter.
En inderdaad, op zondag 25 maart reed hij me naar Kasteellaan 1 in Haarzuilens.
We kregen een rondleiding door de voor die tijd hypermoderne keuken, een immense en imposante ontvangsthal, de dans- en ridderzaal en de slaapvertrekken van de baron en barones (Etienne baron van Zuylen van Nyevelt van de Haar (1860-1934) en barones Hélène de Rothschild (1863-1947), die apart van elkaar sliepen). Het kasteel telt 200 (!) vertrekken, wij zagen er te weinig, maar wat was het een ontdekking! En dat ik het bed zag waar Brigitte Bardot en andere beroemdheden hadden geslapen was een leuke bonus.
In Nederland van boven kwam het grootste kasteel van Nederland in vogelvlucht voorbij:
Langer dan lang stond mijn gezicht vanochtend. “Gezellig dat je nu hier zit!”
Hm. Nou. Nee.
Leuk was anders. Heel anders. En dat nare onderbuikgevoel ging ook maar niet weg.
Maar toen de ICT-mannetjes hun werk hadden gedaan en ik mijn nieuwe territorium had afgebakend ging het al wat beter. En na een paar uur vond ik het eigenlijk wel prima zo, op mijn nieuwe werkplek.
Nu was het vandaag een rustige dag in het kippenhok.
Morgen maar weer eens kijken.
Die ziektekiemen waren behoorlijk hardnekkig. Eerst was ík anderhalve week gevloerd en daarna bleef kindje een week thuis.
Dan is de spagaat tussen werk en gezin opeens lastig. Thuis werken met een kindje dat het liefst de hele dag op je wil hangen lukt niet. En ‘s avonds te moe om nog iets zinnigs te doen.
Dus, blij dat het allemaal weer voorbij is.
En wat ik van vorige keer heb geleerd: kindje is na zo’n lange periode van ziekzijn niet meteen beter en zit niet meteen lekker in zijn vel. Dus rustig aan, geen boodschappen of andere gekke dingen doen. Gewoon in de buurt een beetje wandelen. Beetje oud papier weggooien en steentjes verzamelen.
Easy does it.
Waarom toch? Waarom kan ik nou niet gewoon een relaxte houding aannemen en gewoon mijn ding doen zonder dat paniekerige gedrag?
Onhandig zoek ik tussen de papieren die ik op zijn bureau heb gelegd. Ik had toch wel dat ene printje gemaakt en meegenomen?
Nee dus. Niet erg! Niet erg!
En ik hoef ook echt helemaal niet zo zenuwachtig te doen.
Het is zo’n vervelende wisselwerking. Zijn houding, zijn doen en laten stellen mij niet op mijn gemak.
Met mijn voormalige baas besprak ik laatst het waarom.
Ouwehoeren.
Ik kan niet met hem ouwehoeren.
En als ik niet met iemand kan ouwehoeren dan weet ik niet hoe ik me moet gedragen.
Straks maar als verbeterpunt aanmerken bij mijn functioneringsgesprek?
Als een zeef, mensen, als een zeef, dat geheugen van mij!
Maar gelukkig is daar Puck die me herinnerde aan hoe het was afgelopen met het voorval op de crèche.
De manager mailde mij nadat ze terug was gekomen van vakantie: de kalender was uitgedeeld op de nieuwjaarsborrel.
Daar waren wij niet.
De mensen die er niet waren kregen de kalender uitgedeeld op de groep van hun kind.
Daar is iets mis gegaan, aangezien wij die niet hebben gekregen.
Oorzaak gevonden, probleem opgelost. De kalender zit inmiddels veilig in mijn mailbox. Het gevoel van een waardeloze moeder heb ik kunnen dumpen in de trash. De beste plek voor dat soort gevoelens, me dunkt.
Vandaag huppelde ik steeds langs mijn nieuwe werkplek. Om de sfeer te proeven, te wennen, me voor te bereiden. Proberen te voelen hoe het zou zijn om daar te werken.
Mijn collega’s vonden het in ieder geval fijn dat ik weer terug kwam in het kippenhok. Helaas voor hen kon ik dat niet beamen, maar lief was het wel van ze.
Het was ook te mooi om waar te zijn, die werkplek van mij. Afgelopen juli verhuisden we naar een mooi gerenoveerd gebouw in de stad. Ik kwam op een rustige kamer te zitten. Dat was na het kippenhok waar ik jarenlang had ik gezeten een verademing. Ik was dan ook één van de weinigen die blij was met haar nieuwe plek. Bijna iedereen was er op achteruit gegaan. Ik niet.
Dat kon niet goed gaan. Mijn collega’s en ik wisten dat onze overvloed aan ruimte op de één of andere manier van ons afgenomen zou worden.
Vandaag dropte het management een bommetje. Wat we hadden verwacht gebeurde niet, wat we niet hadden verwacht gebeurde wel: in onze rustige kamer kwamen niet meer werkplekken, nee, wij moesten eruit.
Dat nieuws moest ik even laten bezinken. ERUIT?
Om te verhuizen naar een plek in het kippenhok.
Mijn. God.
Het was al besloten. Het was al beklonken. Wat doe je dan?
Ik ging voor de eisen: scheidingswanden plaatsen in de grote ruimte, klimaatregelaar installeren, planten neerzetten voor wat extra zuurstof, het afsluiten van mijn eigen bureau door middel van plexiglas (à la cubicle office) en oh ja, doe dan ook maar een wandje achter mijn stoel tegen het lawaai.
Het werd genoteerd. Nu nog kijken wat het me oplevert.
Het einde van dit verhaaltje is dat ik niet meer blij ben met mijn nieuwe werkplek en de rest wel. Natuurlijk is dat ook wat waard. Maar moet dat ten koste gaan van mij en mijn collega?
Ach ja, we moesten er ook maar eens aan geloven. The Muppets.
Een film die leuk wegkijkt maar daarna de vergetelheid induikt. Met een niet zo bijzonder verhaal en niet zulke bijzondere hoofdrolspelers. Best grappig, maar meer ook niet.
Klein van stuk, maar met een enorme air die iedereen een onzichtbare stap opzij liet doen, stond ze als eerste voor de deur van de tram. Neus in de lucht, klaar om de beste zitplaats te veroveren.
“Mevrouw, u mag niet naar binnen met uw koffie.”
Vol arrogante verbazing keek ze naar de conductrice. Hoe háálde ze het in haar hoofd om haar tegen te houden? Maar de conductrice hield vol. Ze mocht met haar meeneembeker de tram niet in.
“Waar moet ik die beker dan laten?” vroeg ze geïrriteerd. Maar dat mocht ze zelf uitzoeken. Buiten weggooien in de vuilnisbak?
Terwijl de laatste passagiers instapten huppelde ze naar buiten en gooide haar beker, heel netjes, in de vuilnisbak. Een paar passen lang stond ze met haar rug naar de tram. En net op dat moment zwiepten de deuren dicht. Ze draaide zich om en ik zag het ongeloof over haar gezicht glijden. Ze vloekte, ze tierde toen de tram wegreed voor haar neus. Haar goede gedrag werd niet beloond! De tram incasseerde een harde klap op het raam, maar tingelde vrolijk verder.
Bij de volgende halte zeiden nieuwe passagiers de conductrice hartelijk gedag. Niet wetende dat bij een eerdere halte een arrogant meisje heel stevig stond te balen.
Sinds ik ziek ben doe ik bovenstaande de hele dag door. Ik mag nog van geluk spreken dat ik ook nog films kijk en een lief en kindje heb.
Desalniettemin ben ik bloedchagrijnig. Om al anderhalve week lang te hangen, te hangen en nog ‘es te hangen HANGT me nu letterlijk de keel uit.
Ik heb vandaag wel de trap schoongemaakt. En de hal heringericht. En (met moeite) een bezoek gebracht aan het stadsarchief van Amsterdam. En daarna nog naar de huisarts geweest (uitzieken).
Dat zijn leuke en goede dingen. Maar genieten?
Nee.
Ik zit alleen maar in een mistig web van online tekeningen en woorden.
Och, wat kijk ik er naar uit om weer helemaal fit te zijn!
Een film met Ryan Gosling (mijn held) en Michelle Williams (van Dawson’s Creek tot groot actrice).
Bijna alle films gingen over het hetzelfde: het vechten voor de liefde. Het liefdesverhaal van Blue Valentine raakte me het meest. Het was intiem gefilmd en traag verteld zonder het gevoel te hebben dat het traag wás. De voorgeschiedenis van hun relatie ontvouwde zich langzaam maar zeker en ik zat er bovenop.
Heel, heel, heel erg mooi.